Het welzijn van mantelzorgers in Nepal

De druk is van de ketel…

vanuit @ March 19th, 2013

Negen weken later en dan is de druk van de ketel…. Vierendertig verhalen van verschillende moeders, vaders, opa’s, oma’s, tante’s en andere familieleden, tien interviews met staff van SGCP, en drie groepsdiscussies met in totaal negentien moeders verder heb ik de data voor mijn masterscriptie op zak. Na een bezoek aan acht verschillende provincies van Nepal, van de hoge Himalaya tot aan de jungle, rest mij nog 1 verhaal van een moeder op de oude markt in Kathmandu, maar puur en alleen omdat ik haar graag mag en ik geïnteresseerd ben ik haar verhaal. Noodzaak voor een extra casestudie, nee dat is er niet meer. Met de fantastische hulp van Suresh van SGCP, de sublieme planning van de homevisitors in de districten en de ontzettende gastvrijheid van iedereen die mij bij hun thuis verwelkomd hebben is mijn onderzoek ondanks de zware emotionele lading zeer voortvarend gegaan. Ik realiseer me dat ik nog lang niet klaar ben want nu begint het analyseren van alle data, maar dit kan ik nog vijf weken combineren met leuke en uitdagende avonturen.

De afgelopen week eerst samen met papa rondgescheurd op de motor in de Kathmandu vallei. Slingerend tussen al het luidruchtige verkeer door naar de rustgevende Budhanath Stupa. Dan een stuk de Kathmandu Valley uit, door de rijstvelden langs de lokale maffia die iedereen laten betalen. Hier doe ik net alsof ik dom ben en rijd gewoon langs de blokkade. Wat een vrijheid zo op de motor, niet voor iedereen want ja ik mocht als een van de weinigen tanken bij de legerpost midden in Kathmandu tijdens de benzinestaking.

Daarna samen op huisbezoek geweest waar papa ook de lange afstanden lopen moest trotseren in de warmte, twee uur lang berg op berg af, om dan na twee interviews dezelfde weg weer terug te gaan. Tussen de apen, rijstvelden en bossen door. Bijzonder om samen met je vader op pad te gaan in een afgelegen streek van Nepal. De verhalen hier zijn soms heel onsamenhangend als blijkt dat de vader van het gezin al twee liter lokale wijn achter de kiezen heeft. Soms ook wederom erg schrijnend waarbij een moeder in de steek is gelaten door haar aan alcohol verslaafde echtgenoot, die alleen thuis komt om het geld op te halen om op te drinken en haar te slaan met een landbouwwerktuig. Één moeder heeft maar liefst drie kinderen met CP (19, 17 en 15). Waarvan de jongste meest zwaar gehandicapte door een voor haar onbekende organisatie mee is genomen naar Kathmandu en die ze daarna de eerste ander half jaar niet heeft gezien, of dat nu de juiste hulp is daar heb ik zo mijn vraagtekens bij.

Samen hebben we de lokale bussen getrotseerd, tja naar afgelegen gebieden in Nepal gaan geen luxe toeristen bussen, dus papa moest er wel aan geloven. Deze busritten waren inclusief geiten, grote rijstzakken, teveel mensen, niet al te fris ruikende mensen, en het afleggen van een afstand van ongeveer 200 km in negen uur tijd (frustrerend). Overmorgen gaan we met de toeristen bus terug naar Kathmandu.

De geboorte plaats van Boeddha bezocht, waar ik een gevoel van spiritualiteit mis. Ik zal wel niet genoeg weten van het budhisme of me niet genoeg open stellen voor het geloof maar ik zie alleen maar pompeuze tempels, de een nog groter dan de andere ter ere van boeddha. Hier wordt ontzettend veel geld in gepompt terwijl 100 meter buiten het hek, kinderen zonder kleren en vies van de modder lopen te verhongeren. Ergens gaat het dan mis, mijns inziens. Ik vind het bijzonder om onder de boom te zitten waar, zoals het verhaal doet geloven, Boedha geboren is. Maar wat ik wel vaker denk is, moeten religieuze idealen (of iets dergelijks), nu nagestreefd worden met ontzettend grote gebouwen die een vermogen kosten, kan er niet meer nadruk gelegd worden op ‘zorg voor je naaste’?

Morgen onze laatste dag in Pokhara waarbij we lekker samen gaan eten met Bamdev en Sundhya, wel weer dalh bath, en ik vrees ook met kip (wat je liever niet wilt als je de hier zeer onhygienische slagerijen hebt gezien). Papa krijgt de award voor flexibiliteit! Dalh bath eten (soms in heel aftandse tentjes langs de snelweg, bij gebrek aan beter), een overvloed aan lokale bussen, mee op huisbezoek waar hij dan ook ondefinieerbare dingen te eten krijgt, op de fiets mee door de terrai, maar het vooral ook los kunnen laten dat in Nepal niet tot nauwelijks iets functioneert zoals je dat zou verwachten en je dus over heeeel veel dingen geen controle kan hebben. Fantastisch dat hij mee is geweest op huisbezoeken, mee is geweest naar de terrai en dat ook hij net als ik weer warm is onthaald in Pokhara door Bamdev en Sundhya.

Geen nood er komen nog zat verhalen van mijn avonturen in Nepal want ik ga over vijf weken pas naar huis. Ik zal deze weken eerst nog met papa doorbrengen, dan komen Karlijn en Jan me met een bezoek vereren, er zal dan nog genoeg op ons pad komen. Tussendoor zal ik de hele berg aan data die ik heb verzameld analyseren zodat ik dit een dag na terugkomst in Nederland kan presenteren op de universiteit, de wereld staat niet stil!

Liefs uit Nepal

…sprakeloos…

vanuit @ March 2nd, 2013

Lieve allemaal,

Ik probeer weer een beetje met beide voeten op aarde te komen nu ik uit de emotionele achtbaan ben gekomen die west Nepal heet. Ik zal gewoon vertellen wat ik heb meegemaakt, maar er zijn eigenlijk geen woorden voor hoe ik me nu voel en voor wat ik gehoord en gezien heb ik west Nepal.

Een gevoel van vrijheid, blijheid als ik op de fiets door de prachtige rijstvelden rijdt, door prachtige dorpjes en schilderachtige riviertjes, op weg naar de families. Dit maakt snel plaats voor andere emoties als we bij de eerste moeder aankomen voor een interview. Ze is dakloos omdat haar man in de gevangenis zit. Hij heeft tijdens de ‘peoples war’ geprobeerd gebruik te maken van de verminderde beveiliging van het Bardia National park door op neushoorns te jagen en de hoorns te verkopen. Helaas is hij gepakt. Om hem eerder vrij te krijgen heeft ze haar huis moeten verkopen en haar land, maar helaas kende hij niet de juiste personen dus is er wel betaald maar is hij nog steeds opgesloten. Achteraf blijkt dat hij haar oudste dochter heeft verkocht voor prostitutie maar ook dat extra geld mocht niet baten om vrij te komen. Nu wordt de moeder volkomen genegeerd door familie en omgeving en is ze dakloos met een gehandicapt kind….

Als ik bij een andere moeder zit komt halverwege het interview de vader binnen stormen, hij had via de dorps tam tam gehoord dat ik bij hen thuis was. Hij draagt nog steeds een groot geweer om zijn nek en neemt het gesprek geheel over. Preekt eerst over maoistische idealen en wil wel enkele van mijn vragen beantwoorden, ook al zit ik daar niet op te wachten. Tussen de regels door worden er enkele dreigementen richting mij geuit dat ik maar moet zorgen dat zijn zoon (zeer zwaar gehandicapt) kan gaan lopen. Ik blijf beleefd, stel hem vragen en luister beleefd maar weet niet hoe snel ik daar weg moet komen.

Een ander gezin van 18 mensen, opa en oma, twee broers met hun vrouw en tien kleindochters en twee kleinzoons. De kleinzoons zijn tweeling en hebben allebei CP. Een ramp voor de familie dat ze alleen maar kleindochters krijgen en de zoons die ze hebben gekregen kunnen ook niet de familielijn voortzetten omdat ze zwaar gehandicapt zijn. Ze hebben al hun geld uit gegeven aan een traditionele healer. Al hun vee geofferd en hun land verkocht om de kleinzoons gezond te maken, wat niet gelukt is. De aangetrouwde moeders durven geen kinderen meer te krijgen bang voor nog een dochter of een gehandicapt kind. Maar de oma en opa staan op het krijgen van een kleinzoon. Nu heeft de moeder van de tweeling haar zus zover gekregen met haar man te trouwen zodat ze ‘hopelijk’ een zoon kan krijgen en omdat het haar zus is gaat ze ervan uit dat ze ook voor de CP kinderen zal zorgen, want ja een andere vrouw zal ze waarschijnlijk in de rivier gooien.

Als ik na een lange dag terug kom in mijn hotel wil in eigenlijk alleen maar eten en slapen, oh ja en een biertje. Maar als ik rustig in de tuin van het hotel zit hoor ik al veel onrust op straat, ik denk het zal wel een staking zijn daar zal ik wel niet zo veel last van hebben. Maar na tien minuten blijkt het toch anders te zijn en komen mijn vertaler en de eigenaar van het hotel naar me toe gestormd om me te bevelen snel naar boven naar mijn kamer te gaan en mijn deur op slot te doen en pas naar buiten te komen als ze me komen ophalen. Buiten hoor ik allemaal geschreeuw en dit wordt alleen maar luider en luider, er zijn mensen aan het vechten op straat, het lijkt te escaleren en dat doet het ook op het moment dat ik iets hoor wat duidelijk lijkt op schieten (achteraf bleek dat het ook te zijn). Na een uur komt mijn vertaler naar boven en zegt dat ik wel weer veilig naar beneden kan komen… de jeugdbendes die ruzie hadden zijn met de motoren gevlucht nadat de politie is gearriveerd… De straat van mijn hotel is de komende drie dagen net een politie vesting met wel 50 agenten voor de deur. Tja veilig weer naar beneden om te eten….

Ik besluit geen rust te nemen in Pokhara maar, nu ik toch in het verre westen ben, hier een aantal attracties te gaan bekijken, maar in ieder geval even geen verhalen van moeders en even geen grote stad met jeugdbendes meer. Ik vertrek samen met mijn vertaler naar Bardia National Park, hier leven neushoorns, tijgens, olifanten en er is een overvloed aan bijzondere vogels. We besluiten een dag onder begeleiding van een gids door de jungle te gaan lopen. Gevaarlijk maar wel de beste kans om tijgers te zien. Vroeg op de jungle in, we zien een krokodil en na twee uur wachten zien we een wilde olifant, die vervolgens onze kant op komt waardoor we het op een rennen moeten zetten. Daarna zien we verse tijgersporen en horen we hem grommen maar zien, nee dat doen we niet. Op de terug weg draait mijn gids zich plotseling om en roept rennen, dus wij rennen en hij roept ‘de boom in’. In een oerinstinct klim ik (met mijn hoogte vrees) hoog de boom in en zie ik onder mij een neushoorn voorbij rennen.

De dag erna gaan we nog verder naar het westen om naar het grootste meer van Nepal te gaan, waar we de dag op een boot doorbrengen en vanaf daar pakken we de nachtbus naar Kathmandu. Achttien uur in de bus,tja niet mijn favoriete bezigheid. Maar mijn vertaler heeft een luxe touringcar geregeld met comfortabele stoelen, airco en snacks. Kan niet beter denk ik. Maar ja 1 nadeel (en het is altijd elk voordeel heeft zijn nadeel) bij airco betekent het dat de ramen niet open kunnen, maar ja Nepalezen blijven wagenziek, dus na achttien uur weet ik niet hoe snel ik die bus uit moet komen!

Nu in Kathmandu voor een week, komende vrijdag komt mijn vader. Ik blijf voorlopig in de bewoonde wereld tussen Kathmandu en Pokhara, ik heb wel even genoeg de avonturier uitgehangen.

Namaste uit Nepal

Op naar het westen

vanuit @ February 20th, 2013

Lieve allemaal,

Op naar de bewoonde wereld! Benodigdheden: Een micro bus, check. 46 mensen die bereid zijn zich in deze micro bus te proppen, check. Drie geiten, check. Keiharde hindi muziek, check. Iemand die stinkt naar natte hond en de hele bus daarnaar laat ruiken (lees stinken), check. Tien ruziende Tibetanen die niet naast een dikke mevrouw willen zitten, omdat dat echt niet meer past, check. Een chauffeur die na twintig meter rijden voor dertig minuten spoorloos is, check. Volledig ingeklemd tussen het raam en de vertaler denk ik ‘mijn hemel wanneer gaan we eindelijk’…en word ik langzaamaan zeer gefrustreerd, check. Kramp in de benen binnen tien minuten omdat het zo oncomfortabel is, check. Ik heb weer vier reistabletten genomen, check…” oh ja en regen… Is het hele dorp wakker van al het harde getoeter van de chauffeur om nog meer mensen te lokken naar deze al overvolle bus, check…’ Nou volgens mij zijn we klaar om terug te gaan naar de bewoonde wereld.

De laatste anderhalve week was bijzonder, een ander woord kan ik er niet voor vinden. Een heel warm welkom door de home visitor, we hebben elkaar in 2007 al ontmoet tijdens de workshop in Kathmandu en ze komt nu met zelfgemaakte koekjes en mandarijnen uit eigen tuin aanzetten. Het eerste wat ze zo ongeveer tegen me zegt of eigenlijk vraagt is of ik voorbereid ben om elke dag ver te lopen, het blijkt namelijk dat de meeste kinderen met een handicap wonen op een afstand van minimaal twee uur lopen (omhoog of naar beneden op de berg).

We bezoeken zes gezinnen met een gehandicapt kind, waarvan het ene verhaal me nog meer raakt dan het andere. Over dat verre lopen heeft de home visitor in ieder geval niet gelogen, varierend van twee to zes uur lopen op een dag, maar wel door prachtige valleien met mango bomen, door rijstvelden, gevaarlijk smalle paadjes met een kolkende rivier beneden ons. Meestal ook een uur met de bus voordat we beginnen met lopen, ik heb ondertussen mijn portie aan lokale bussen wel gehad, de ene keer ingeklemd tussen vier stinkende Tibetanen, dan staand in een bus waarin ik niet rechtop kan staan omdat ik te groot ben, dan half hangend uit de deuropening omdat ik me echt niet meer naar binnen kan wurmen….

Tijdens de huisbezoeken hoor ik weer van alles; ‘…Een moeder vertelt me dat ze eigenlijk een alleenstaande moeder is binnen een gezin van twaalf mensen. Ze wordt sinds de geboorte van haar gehandicapte dochter twaalf jaar geleden volledig genegeerd. Haar schoonouders zijn onlangs bekeerd tot een of ander hindu subgeloof en offeren al hun bezittingen aan hun nieuwe leider, ze vertelt me dat ze niets meer in huis heeft…’

‘…Een andere moeder vertelt me dat ze blij is dat haar schoonouders zijn overleden, ze werd door hen bont en blauw geslagen omdat ze een gehandicapt kind heeft gekregen. Haar kind kon ze nooit alleen laten omdat ze bang was dat haar schoonouders haar zouden vermoorden… ‘ nu mijn schoonouders dood zijn ben ik heel gelukkig!…’

‘…Een jongetje ligt op de grond voor zijn huis in de modder, er is niemand thuis en ik ruik dat hij al een lange tijd in zijn eigen urine ligt. Na twee uur wachten komt de moeder thuis, ze was op het land aan het werk. Ze vertelt me dat ze behekst is door haar buren omdat ze daar ruzie mee had en dat ze daarom haar gehandicapte zoon heeft gekregen. ‘…ik moet werken op het land om genoeg eten te kunnen hebben, niemand wil mijn zoon aanraken of naar hem kijken dus niemand wil mij helpen…het is mijn zoon dus ik zal hem niet dood maken maar ik moet hem wel alleen thuis laten omdat ik niet wil verhongeren…’

Drie dagen staking in Dhankutha, geen bussen en er zijn geen winkels open, omdat een jongen van 15 is opgepakt door de politie en is gemarteld om een bekentenis af te geven. Nu moet hij levenslang de gevangenis in…Zijn moeder heeft hierna zelfmoord gepleegd en wordt (dood) op een brancard door het dorp geparadeerd rondom het politiebureau om hen te laten zien wat ze op hun geweten hebben. En ik maar denken dat ze staken vanwege de hoge brandstofprijzen…

Ook loop ik samen met mijn vertaler, na een case hogerop in de bergen, door naar Basantapur, het begin van de Makalu trek. Dit is een grote Tibetaanse gemeenschap, en het is toevallig Lhosar (tibetaans nieuwjaar) dus er worden volop momo’s (gevulde deeghapjes) gegeten en tongba (soort tibetaanse rijstwijn) gedronken. Vroeg in de ochtend wandelen we naar een tempel hoog op de berg met fantastisch uitzicht op mount Everest, en nog heel veel andere Himalaya bergketens. Blij met het mooie uitzicht en gezegend door de beheerder van de tempel terug naar beneden, ik kan wel weer een paar dagen werken 🙂

Nu heerlijk even twee dagen bijgekomen in Kathmandu, ook hier wordt er gestaakt dus kan ik bijzonder weinig ondernemen en moet wel verplicht rust nemen!. Morgenochtend vertrekt het vliegtuig naar het verre westen van Nepal. Ook wel ‘Het wilde westen…’, het schijnt er nog minder ontwikkeld te zijn dan in het oosten, ik ben benieuwd. Maar na het westen gun ik mezelf een paar dagen rust aan het meer in Pokhara.

Liefs, Rieke

Een warm welkom

vanuit @ February 8th, 2013

Lieve allemaal,

Het is morgen weer tijd om te verplaatsen en op zoek te gaan naar wederom een nieuw avontuur. Morgen op naar Dhankuta in de heuvels van Nepal tussen de theevelden. Met enige goede wil uitzicht op mount Everest tijdens de huisbezoeken.

De afgelopen week ben ik in het zuiden van Nepal geweest, dit is de terrai en zo plat als een dubbeltje, geen heuvel of berg te bekennen. Lekker warm, ontzettend lekker eten, in Biratnagar zijn absoluut geen toeristische attracties, maar daardoor goed aan het onderzoek toegekomen. Ik ben daarentegen wel een attractie, iedereen staart me na, wil met me praten en mensen blijven steeds achterom kijken als ze mij zien. Ik heb meerdere malen meegemaakt dat mensen vervolgens tegen een lantaarnpaal of motor aanlopen omdat ze niet voor zich kijken maar naar mij achter hen 🙂

Vijf casestudies kunnen doen en twee focusgroup interviews. De homevisitor is erg behulpzaam en het care center wat ze hier hebben opgezet ligt er prachtig bij. Een mooi systeem dat er elke dag twee ouders passen op 15 kinderen, zodat de andere ouders tijd en ruimte krijgen voor andere dingen en elke dag zijn er twee andere ouders aanwezig en verantwoordelijk.

De huisbezoeken waren fantastisch. Natuurlijk ook hier zeer trieste verhalen, maar ik ben zo hartelijk ontvangen. In een dorp een eind buiten Biratnagar echt tussen de rijstvelden met alleen maar kleine lemen huisjes krijgen we na het interview een groot bord met dalh bath, wel een andere dan ik gewend ben want deze mensen hebben een geloof waarbij uien en knoflook en gember niet gegeten mogen worden omdat dat slecht voor je is, dus het smaakt anderes aangezien dat de hoofdingredienten zijn meestal. Na de rijst (om 10 uur in de ochtend) vraag ik of ik wat foto”s mag maken en de moeder stuift weg, geen idee wat er gebeurt. Even later hoor ik haar en de buurvrouwen giechelen en komen er drie vrouwen terug in prachtige traditionele kledij en word ik naar meerdere locaties meegesleurd om een fotoshoot te doen 🙂

Bij het volgende gezin van de dag krijgen we voor de tweede keer dalh bath, oh wat heb ik spijt van mijn ontbijt in het hotel. En hier je bord niet leegeten kan echt niet. Ze vertellen me in het interview dat ze niet eens geld genoeg hebben om te eten omdat ze de medische kosten moeten betalen, dus hun bedankje in de vorm van eten voelt heel speciaal. Ook al zit ik helemaal vol van de eerste rijstmaaltijd.

We doen ook nog tweegesprekken met mensen van de allerlaagste kaste, ze wonen in zeer aftandse huizen en ik krijg bijzondere verhalen te horen. In beide gezinnen is de oma de verzorger van het gehandicapte kind. De moeders waren pas 16 toen ze hun gehandicapte kind kregen, in deze laag van de bevolking komen kindhuwelijken zeer frequent voor. En de moeders zijn niet in staat voor hun gehandicapte kind te zorgen. Gelukkig is de oma bereid dit te doen, ondanks alle druk van buiten af en van binnen in de familie om het kind dood te maken vertellen de oma’s me dat het hun lot is hier voor te zorgen en dat ze dat zullen doen zolang als dat mogelijk voor hen is. De moeders en de andere familieleden negeren het kind volledig. Ook hier moet ik twee borden dalh bath wegwerken, gelukkig was ik zo slim geweest om niets te eten als ontbijt.

Biratnagar is een industriestad, vol met riksja’s (fietstaxis), vlak aan de grens met India. Tegenover mijn hotel is een soort tentenkamp opgezet waar ongeveer 15 dakloze gezinnen wonen, iedere ochtend staan ze aan de poort van het hotel om eten te bedelen, daar kan ik niet aan wennen. Niemand snapt Jan dat hij mij alleen weg laat gaan uit Nederland. Een vrouw hier is niet zelfstandig en werken is vaak niet aan de orde voor vrouwen. Dus dat ik hier ben helemaal alleen zonder mij vriend dat is onbegrijpelijk voor mensen.

Wel ga ik vanaf morgen de zon en de palmbomen missen, want ik denk dat het in Dhankuta een stuk minder aangenaam is qua weer, maar het belooft weer een uitdaging te worden. En gelukkig is het maar vier uur met de local bus hier vandaan 🙂

Namaste uit Nepal.

Taplejung: Bergen met twee gezichten

vanuit @ February 1st, 2013

Lieve allemaal,

Mijn werkweek in de bergen zit er weer op, morgenochtend vroeg weer terug naar de terrai. Voor iedereen die mijn vorige verhaal gelezen heeft, kaarsjes branden en dergelijke is denk ik niet nodig. Ik heb een deluxe bus gevonden. Die rijdt alleen op zaterdag, laat maar een beperkt aantal mensen toe, heeft tv, comfortabele stoelen en snacks aan boord, dus het word geen hel naar het zuiden.

Ik zal mijn verhaal over Taplejung met de mooie kant beginnen. Taplejung is een bergdistrict in het noord-oosten van Nepal. De ver gezichten zijn prachtig, de mensen zijn een mix van limbu, sherpa and gurung. De ene vrouw is nog mooier versierd met neuspiercings en kleurrijke sari’s (wikkeljurk). De ene lach met een mond vol (hetzij rotte gele tanden) nog liever en vrolijker. Iedere ochtend is het weer heerlijk wakker worden. Op een grote steen net buiten het hotel zit ik een kop thee te drinken en zie een hele parade aan exentrieke dingen voorbij komen, dragers met te grote tassen, kinderen die naar school gaan, geiten, buffels. Iederen zegt heel lief Namaste (hallo), sommige blijven staan willen een praatje maken, maar niemand spreekt hier Engels en mijn Nepali is alleen goed genoeg om te vragen hoe ze heten en mezelf voor te stellen. Langzaamaan als mijn thee bijna op is hoor ik uit elke hut om me heen het gesis van de snelkookpannen komen wat betekent dat de dalh (linzen) en de bath (rijst) voor het ontbijt bijna klaar is. Als de geur me dan tegemoet komt vertrek ik naar binnen.

We zijn met de homevisitor op pelgrimstocht geweest twee dagen, naar de tempel Patibarra. Vanaf daar en op de weg er naar toe een prachtig uitzicht op Kanchenjunga, de drie na hoogste berg van de wereld, die het minst wordt bezocht door buitenlanders van alle trekkingsgebieden in Nepal. Het is hier net als in Taplejung erg onderontwikkeld, een vrouw in een dorp vertelde me (via mijn vertaalster) dat ik de tweede buitenlander was die ze ooit heeft gezien. Zo onderontwikkeld dat de hotels erg basic zijn, geen douche hebben, er geen Engels wordt gesproken slechts een paar woorden door een enkeling, en er alleen maar rijst met linzen geserveerd wordt. Op 1 ochtend na toen ik ziek was heb ik toast gekregen maar dat was een erg grote moeite (50 km rijden door iemand…) Maar ik heb op weg naar de tempel hoogteziekte gekregen, voor het eerst in mijn leven. Het was ook niet zo slim om gewoon achter Nepalezen aan te lopen die natuurlijk erg gewend zijn aan de hoogte. In de nacht was ik zeer kortademig en mijn hele lijf was van slag, maar op naar beneden en dan gaat het weer.

De homevisitor is erg lief en leergierig en naarmate de week vordert net als andere mensen in het dorp steeds opener naar mij. Eerst durfde zij en mensen in hotel en winkels alleen tegen mijn vertaler te praten. Maar naarmate ze me vaker zagen probeerden ze woordjes tegen mij uit te brengen. De homevisitor vertelde me dat ze in het begin bang was tegen met te praten, ik ben twee koppen groter, blond en blauwe ogen vond ze eng. Maar omdat ik zo vriendelijk lachte kon ik toch niet heel eng zijn…

Net afscheid van haar genomen, tas ingepakt, klaar voor een nieuw avontuur in de terrai, het vlakke gedeelte van Nepal.

Liefs, Rieke

WAARSCHUWING: DOOR LEZEN IS OP EIGEN RISICO EN DE VERHALEN ZIJN HEFTIG, ALS JE DAAR NIET TEGEN KAN STOP DAN HIER!!!

En dan nu het deel over mijn project. Ik heb vijf casestudies gedaan. vijf gezinnen bezocht en ik val van de ene verbazing, verschrikking en walging in de andere. Ik heb getwijfeld of ik dit op de site moet zetten omdat het erg persoonlijk is, maar een mooi verhaal van iemand is ook persoonlijk en zou ik ook op de site zetten… Helaas zaten er deze week geen vrolijke verhalen tussen en ik wil even wat citaten van ouders met jullie delen, gewoon om te delen wat ik mee maak.

Een moeder vertelt me: ‘…ik moet werken op het land bij iemand, want ik ben arm en anders raak ik mijn gehuurde kamer kwijt. Als ik ga werken sluit ik mijn gehandicapte dochter op in een kooi omdat als ik dit niet doe de mannen uit het dorp komen om haar te misbruiken…dat maakt mij verdrietig…’

Een andere moeder is niet thuis, zij heeft haar dochter alleen thuis gelaten vastgebonden aan een boom zodat ze niet weg kan kruipen, haar gehandicapte dochter heeft een milde vorm en kan dus kruipen en zeer moeizaam lopen…

Een andere moeder vertelt me: ‘… ik ben uitgehuwelijkt en woon bij mijn schoonfamilie in huis. Mijn schoonfamilie en man moeten niets weten van mijn gehandicapte kind. Maar als ik ongesteld ben mag ik niet in huis slapen, dan moet ik bij de koeien slapen… maar dan krijgt mijn gehandicapte kind zeven dagen geen eten of zorg want dat willen ze niet doen…’

Een vader vertelt me: ‘… ik ben nu 75 jaar oud en mijn twee vrouwen zijn 50 en 60, in Nepal worden we niet zo oud en ik ben bang om dood te gaan. Of dat mijn vrouwen doodgaan, ze zijn niet meer zo gezond. Ik ben niet bang voor ons maar voor mijn zoon, want als wij dood zijn wordt dat ook zijn dood. Hij zal verhongeren omdat niemand voor hem zal zorgen…ja daar heb ik heel veel stress van…’

Hel naar het noorden…

vanuit @ January 27th, 2013

Veilig aangekomen in Taplejung. Ik ben nu midden in een berggebied in het noordoosten van Nepal. Dat veilig aangekomen is, vind ik zelf, wel een klein wonder.

Woensdag vanuit het guesthouse in Kathmandu vertrokken, op naar het vliegveld. Ticket geboekt bij Buddha Air, een van de meer betrouwbare maatschappijen van Nepal. Toen we aankwamen hebben we ingechecked en op de borden stond dat alles op tijd zou vliegen. Bijzonder dacht ik toen nog, omdat er in Nepal niet op radar maar op zicht wordt gevlogen. Als er ergens bewolking hangt of mist, dan vliegen ze niet. En omdat heel de Kathmanduvallei vol hangt met bewolking had ik er een hard hoofd in. Na de security check zeiden de borden dus ook iets anders: alles vertraagd. Ik begreep van Upama, de tolk, die het na ging vragen of onze vlucht nog zou gaan, dat ze voor de security check niets zeggen over vertragingen omdat ze dan bang zijn dat iederen gelijk naar huis gaat,,.. Had ik graag willen doen, want na acht uur vliegveld werd onze vlucht gecanceld. De volgende dag poging twee. Met een uur vertraging konden we opstijgen, en na een zeer turbulente vlucht in het pikkedonker aangekomen in het zuid oosten van Nepal. Wel onderweg een mooi uitzicht op de Mount Everest!

Biratnagar is een stoffige industriestad en de enige taxichauffeur op het vliegveld zag er dronken uit maar lopend de ongeveer 15 km naar Biratnagar was ook geen optie. dus gingen we al luid toeterend en slingerend de donkerte in. Hij toeterde gewoon zo hard dat iedereen aan de kant sprong, want vaart minderen: ho maar!!

De volgende ochtend om tien over 6 op het busstation om naar Ilam te reizen. De homevisitor had gezegd dat de bus om 7 uur ging, maar dat we wel van te voren tickets moesten kopen. Daar aangekomen bleek de enige bus naar Ilam om 6 uur te zijn vertrokken…. Wel konden we met een andere lokale bus naar de grens met India en vanaf daar overstappen op iets anders. Dat iets was ook niet veelbelovend. We werden na vier uur rijden door het plaatteland ergens langs de weg gedropt met de mededeling wacht maar op een riksja die brengt jullie naar de juiste plek. Er kwam inderdaad een riksja, en zo’n ding is eigenlijk al niet gemaakt voor meer dan 1 persoon laat staan 2 personen plus bagage. Maar in een slakkentempo komen we na een uur aan op een busstation waar heel veel jeeps staan. De ene jeep nog voller dan de andere, ongeveer 20 mensen per jeep, tja daar ga ik echt niet tussen zitten dacht ik. Nu stond er ook een minibusje klaar, wij snel voorin plaatsgenomen met zijn tweeen. De muziek, een soort hindi house, stond keihard, mijn oren piepen nu nog steeds (na twee dagen!). Dit leek een comfortabele optie, totdat na een uur er een derde persoon voorin werd geduwd en na nog eens een uur een vierde persoon er bij werd gepropt.

Ilam ligt in de heuvels en is het district van de theeplantages, erg mooi. Het hotel aangeraden door de organisatie blijkt niet meer te bestaan er blijkt 1 ander hotel te zijn waar we in 1 uur naar toe zeulen de heuivel op, trappen op, met alle bagage. Daar aangekomen prachtig uitzicht. Ik bestel eerst een biertje en dan een warme douche. Lees emmer met kokend water om me mee te wassen, want een warme douche is hier niet aanwezig. We moeten een busticket boeken voor onze laatste etappe naar Taplejung. Op het busstation zeggen ze dat er een busticketoffice is maar dan moeten we de weg terug naar beneden volgen. We vragen het wel tien keer en elke keer zeggen ze: ” nee, nog verder naar beneden”. Na een uur bereiken we in de middle of nowhere een bus heling centre. We kunnen nog twee tickets boeken en krijgen de plaatsen helemaal achter in de bus. We worden verwacht daar de volgende dag om 6 uur te zijn, de bus komt om half 7 maar dan zijn we er maar vast…

Deze busrit was echt een ramp… we hadden de plaatsen achterin de bus,. Normaal zijn er vier plaatsen achter in de bus, er zaten toen de bus stopte om ons op te pikken al zes mensen op de achterbank en er werd van ons verwacht dat we ons er wel even zouden tussen wurmen. Dat lukte maar net, op elk paar stoelen die voor twee personen boedoeld zijn, zaten er drie of vier en in het gangpad zaten en stonden mensen en ook op het dak. De bus was topzwaar beladen. Na vijf minuten dacht ik echt, hoe hou ik dit tien uur vol….? Het was alleen maar dieper de heuvels in, dus alleen maar haarspelden. Nepalezen hebben blijkbaar erg last van wagenziekte want de ene na de andere gooide zich over zijn of haar buurman heen om uit het raam te kotsen. Mijn buurman durft zich niet over mij heen te gooien dus vraagt vriendelijk wil je opstaan dan kan ik overgeven. Ik dacht waar moet ik heen, ik kan niet rechtop staan in de ze bus. Ik ben veel te groot, ik zit al zeven uur klem tussen allemaal mensen. Ik kruip over de bank voor me heen in een reflex bij een Gurung vrouw op schoot, want ik wens ook niet ondergekots te worden. De laatste drie uur van de rit hang ik tussen twee stoelen in want mijn oude plaats, die achteraf comfortabeler was als dit kan ik niet meer terugvinden. Ik kan alleen maar denken, gelukkig heeft niemand bedacht geiten of kippen mee te nemen.

Nu in Taplejung, ik voel me alsof al mijn botten gebroken zijn, maar na een dalh bath en een nacht slaap wel al de eerste interviews gedaan.

Ik kan niet wachten totdat ik vrijdag dezelfde reis terug kan maken!
Het voelt hier ontzettend ver van de bewoonde wereld. Mijn Nepalese nummer heeft geen bereik maar er is wel draadloos internet!

Liefs uit Taplejung.

Op naar het platteland

vanuit @ January 23rd, 2013

Na anderhalve week Kathmandu is het tijd om te verkassen. Over een uur vlieg ik naar het zuiden, naar de terrai. De terrai is zo vlak als Nederland en het is er 25 graden. Heerlijk, ben ook wel toe aan wat warmte. Ook al is het in Kathmandu niet zo koud als in Nederland, overdag 15 graden en ‘s nachts 2 graden, is het hier erg koud. Er is hier namelijk nergens verwarming… Dat is iedere ochtend weer afzien als ik mijn warme donzen slaapzak uit moet.

Ik heb een fantastische anderhalve week gehad hier in Kathmandu. Ik zal proberen het in woorden te vangen, wat niet zo makkelijk is aangezien een deel voor mij zo normaal is dat erover schrijven niet de moeite lijkt en het andere deel is zo bizar dat het moeilijk is het in woorden te vatten.

Ik heb in ieder geval een goede start gemaakt met mijn project. Enkele dagen in Dhapakel doorgebracht, in het zuiden van de Kathmandu vallei. Hier is het revalidatiecentrum van SGCP. Hier heb ik enkel interviews gedaan en aan de hand daarvan besloten niet alleen naar het oosten te gaan maar ook het westen van Nepal te bezoeken, omdat de mensen daar nog anders met gehandicapten omgaan dan in Kathmandu en het oosten. Mr. Bimal vertelde me dat het daar vaak voorkomt dat ouders hun kinderen uithongeren omdat ze zo snel mogelijk van hun kinderen af willen. Tja wat moet je daar nu op zeggen.

In Kathmandu zelf drie gezinnen bezocht waarvan twee gezinnen twee keer. Een gezin heeft maar 1 kind, zij is 15 jaar en zwaar gehandicapt. Het gezin durft geen tweede kind te nemen, omdat ze bang zijn dat de moeder daar dan al haar tijd in moet steken en niemand anders meer voor het gehandicapte kind zorgt. Zij zal dan ten dode zijn opgeschrevenn (letterlijke woorden van deze depressie moeder). De schoonfamilie en de vader van de moeder zorgen nu al niet voor haar, dat komt op de moeder neer…

Ik heb ook een groepsinterview gedaan met negen ouders. Na een algemene start met het delen van ervaringen wordt de groep steeds meer open. Maar dit is erg emotioneel. Op een gegeven moment heb ik negen huilende Nepalezen voor me… Als een vader vertelt dat zijn vrouw zo depressief is door schuldgevoelens over het feit dat zij hem een gehandicapt kind heeft gegeven, en een andere moedere vertelt over de nalatigheid van het ziekenhuispersoneel wat er voor heeft gezorgd dat haar kindje wat in stuit lag niet goed geholpen is en nu gehandicapt is…

Verder kan ik de mooiheid van Nepal, de tempels, de kleuren de lieve mensen, maar ook de bizarheid, het verkeer, de vieze vieze geur, de viezigheid niet in woorden vatten. Al vaak geprobeerd maar ik zal proberen wat foto’s er op te zetten later.

Ik vlieg zo naar het zuiden om vandaar door te reizen naar de bergen… Ben benieuwd!

Liefs uit Kathmandu

Our journey continiuous…

vanuit @ January 15th, 2013

Namaste allemaal,

Na een tergend lange vlucht veilig aangekomen in Kathmandu. Het is hier lekker warm 18 graden 🙂

Een warm welkom op het vliegveld, ondanks dat Suresh er niet kon zijn. Enkele taxichauffeurs wisten mijn naam nog haha.

Het hotel dat een vriend had aangeraden was echt drie keer niets, beetje jammer. Boven een bar en naast het hotel ook nog een bar, wat een herrie. Dus na een paar uur verhuisd naar Souvenir guesthouse (waar Co en Corrie van SHBN) ook altijd verblijven. Even door het oude deel van Kathmandu gewandeld om te acclimatiseren en vroeg gaan slapen, was echt gesloopt na de reis.

Vandaag met Suresh ergens in Kathmandu afgesproken zodat we samen naar het CP center in Dhapakel konden gaan. Het CP center is het hoofdkantoor van SGCP en daar is hun revalidatiecentrum en schooltje voor kinderen met CP.

Natuurlijk was Suresh te laat, dus heb ik een half uur op een druk kruispunt moeten wachten (ik ga maar snel een mondkapje kopen ergens). Suresh is helemaal blij om me weer te zien en terwijl we weg stuiven het drukke verkeer in zegt hij ‘our journey continuous here’. Eenmaal veilig in Dhapakel aangekomen (een wonder want Suresh zit de hele rit zo wat achterste voren enthousiast tegen me te praten) maken we concrete afspraken voor mijn onderzoek. Ik vertrek waarschijnlijk zondag naar het oosten om drie districten te bezoeken en vlieg dan terug om vervolgens naar het westen te vliegen. Waarna ik nog Kathmandu en Palpa district aan zal doen. Mijn eerste interview met iemand van de staf van SGCP zit er ondertussen op.

Met enige goede wil komen er donderdag acht ouders naar het CP center in Dhapakel voor een groepsinterview/discussie en morgen meelopen met de home visitor in Patan.

Voorlopig nog een vliegende start van het project, maar naar verwachting zal dat niet lang duren 🙂

Kathmandu

vanuit @ January 10th, 2013

Ben nog niet vertrokken, maar met dank aan Albert Hengelaar, een songtekst van Bruce Cockburn om alvast in de stemming te komen.

Through rutted winding streets of Kathmandu
Dodging crowded humans cows dogs rickshaws –
Storefronts constellated pools of bluewhite
Bright against darkening walls

The butterfly sparkle in my lasered eye still seems
To hold that last shot of red sun through haze over jumbled roofs
Everything moves like slow fluid in this atmosphere
Thick as dreams
With sewage, incense, dust and fever and the smoke of brick kilns and cremations –

Tom Kelly’s bike rumbles down –
we’re going drinking on the Tibetan side of town.

Beggar with withered legs sits sideways on skateboard, grinning
There’s a joke going on somewhere but we’ll never know
Those laughing kids with hungry eyes must be in on it too
With their clinging memories of a culture crushed
By Chinese greed

Pretty young mother by the temple gate
Covers her baby’s face against diesel fumes
That look of concern – you can see it still –
Not yet masked by the hard lines of a woman’s
Struggle to survive

Hard bargains going down
When you’re living on the Tibetan side of town.

Big red Enfield Bullet lurches to a halt in the dust
Last blast of engine leaves a ringing in the ears
That fades into the rustle of bare feet and slapping sandals
And the baritone moan of long bronze trumpets
Muffled by monastery walls.

Prayer flags crack like whips in the breeze
Sending to the world – tonight the message blows east
Dark door opens to warm yellow room and there
Are these steaming jugs of hot millet beer
and I’m sucked into the scene like this liquor up
This bamboo straw

Sweet tungba sliding down –
drinking on the Tibetan side of town